Regio’s ondermijnen het huis van Thorbecke
In de Concept-Nota Ruimte, de blauwdruk voor de ruimtelijke ordening tot 2050, is te lezen de Nota het motto hanteert dat ‘elke regio telt’. Het woord ‘regio’ komt maar liefst 1197 voor in het document. Zonder deze duidelijk te definiëren.
Regio’s horen niet thuis in het huis van Thorbecke, waar bestuur wordt uitgevoerd in de bestuurslagen die in de constitutie zijn vastgelegd: Rijk, provincie en gemeente.
Hieronder vier keer kritiek op de ‘regio’, uit stukken die ik eerder heb geschreven.
1. Regeren via commissies: zo wordt de democratie uitgehold
2. RES - Regio
3. Novex Regio’s
4. Metropoolregio’s
1. Regeren via commissies: zo wordt de democratie uitgehold
DE INVLOED VAN NIET-VERKOZEN ORGANEN
Het verschuiven van verantwoordelijkheid. Het is een fenomeen dat zich in veel lagen van bestuur voordoet. Dit brengt grote gevaren met zich mee voor de democratie. De democratische instituties blijven overeind, maar de macht, beslissingsbevoegdheid, budget en beleidsvorming vinden plaats in niet-democratische organen, waar wel bedrijfsleven en NGO’s aan tafel zitten, niet de burgers.
Lees het hele artikel bij De Andere Krant:
https://deanderekrant.nl/regeren-via-commissieszo-wordt-de-democratie-uitgehold-2023-10-06/
2. RES - Regio
Uit ‘Het Windmolendrama, hoe de uitrol van industriële windturbines een nieuwe toeslagenaffaire dreigt te worden’ (p.21):
Verder polderen in de parallelle bestuurslaag: energieregio’s
Het Klimaatakkoord bepaalt dat er “een nationaal programma Regionale Energiestrategieën (RES) wordt ingericht voor de afstemming en coördinatie tussen de energiestrategieën van regio’s”. In de Nederlandse bestuursstructuur zijn volksvertegenwoordiging en verantwoording van bestuur geregeld op drie bestuurlijke niveaus: Rijk, Provincie en Gemeente; de regio heeft daarin geen
plaats (17; 18). Deze energieregio’s stammen af van een pilot uit 2016, de ‘Deal Pilots Regionale Energiestrategie’, die werd onderschreven door de ministeries van Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu en Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Unie van Waterschappen (UvW) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). De laatste drie zijn verenigingen, geen officiële overheidsinstanties en zeker geen bestuurslaag waarin
volksvertegenwoordiging of verantwoording over bestuur is vastgelegd. Deze energieregio’s hebben dus geen officiële status. Het idee van de energieregio werd nog een keer geopperd in het Regeerakkoord Vertrouwen in de Toekomst van 2017. Dit akkoord stelt dat “met gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders (het Rijk) per regio een plan (maakt) voor verduurzaming van de gebouwde omgeving om te komen tot een programmatische aanpak met een optimale mix van energiebesparing, duurzame warmte en duurzame opwekking” (19).
Het instellen van regio’s buiten de constitutionele bestuursstructuur ondermijnt de democratische legitimiteit van bestuursbeslissingen. Dit probleem is niet beperkt tot de energieregio’s, maar speelt op meerdere gebieden. In de afgelopen decennia is er een wildgroei van regionale overleggen ontstaan: in 2020 bestonden er maar liefst 1284 van dergelijke regionale samenwerkingsverbanden. Een gemiddelde gemeente neemt aan ongeveer 30 van deze overlegtafels deel (20 p. 36; 21), met als gevolg een democratisch tekort: anders dan bij Raads- of Statenvergaderingen, is het overleg niet
publiek toegankelijk. Als burger kun je er niet inspreken, de vergaderverslagen zijn niet openbaar. Het bedrijfsleven en ngo’s worden vaak wel uitgenodigd, terwijl de burger meestal geen weet heeft van het regionale overleg. Op deze manier lijken veel beginselen van behoorlijk bestuur overboord te worden gezet.
Ook de financiën zijn niet goed controleerbaar in deze bestuurslaag. In een brief van de Algemene Rekenkamer aan de Tweede Kamer uit deze haar zorgen daarover: “In dat kader verwijzen wij naar ons eerdere onderzoek Inzicht in publiek geld. Daarin constateerden wij dat de financiële verantwoording van ministers soms alleen nog bestaat uit het (correct) overboeken van middelen naar medeoverheden of andere partijen”. De Rekenkamer maakt zich zorgen dat het budgetrecht van de Tweede Kamer hierdoor versmalt. Bij bestedingen aan de gemeente of provincie vindt er
controle op de financiën plaats door medeoverheden. Dat is niet het geval bij staatsdeelnemingen, zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) of regio’s (22).
Er nemen wel volksvertegenwoordigers deel aan regio-overleggen maar die aanwezigheid maakt de regio niet democratisch. Het geeft eerder de schijn van democratische legitimiteit. Wanneer volksvertegenwoordigers de uitkomsten van het regionale overleg terugbrengen in de Raads- of Statenvergadering hebben zij niet meer de mogelijkheid de uitkomsten aan te passen. De Raad en de Provinciale Staten zijn zelf veelal niet goed genoeg geïnformeerd over de achtergronden van de
complexe dossiers. Op deze manier wordt de adequate volksvertegenwoordiging op provinciaal en gemeentelijk niveau buitenspel gezet en daarmee de democratische borging van regionale besluiten. Er ontstaat zo een parallelle bestuurslaag buiten de constitutionele structuur, die makkelijk gekaapt wordt door belangen van degenen met toegang tot deze laag.
Emeritus-hoogleraar in het Staatsrecht prof. D.J. Elzinga en bestuurskundig en juridisch adviseur mr.dr. Jan R. Lunsing waarschuwen voor het “verplicht-vrijwillige” karakter van regionale samenwerkingen. In het verleden kregen samenwerkingen die startten als semi-vrijwillig, zoals de Omgevingsdiensten, later vaak een dwingend karakter. Ze waarschuwen dan ook voor het omzeilen van het democratische proces: “Op het regionale niveau functioneren geen bestuurlijke organen die direct democratisch zijn gelegitimeerd en dat impliceert dat deze figuur voor vakdepartementen interessant is. In naam blijft er een koppeling aan gemeente, provincie en waterschap, in de praktijk is er een hoge mate van nationale sturing” (19). Gemeenten zouden bij belangrijke beslissingen zoals de energietransitie dan ook niet buitenspel gezet moeten worden, volgens Elzinga: “Veel gemeenteraden zeggen: wij willen gewoon beslissen over die RES-inbreng en dat gaan we ook doen. Ik denk dat ze een heel sterk punt hebben. Een Klimaatakkoord is geen reden om een gemeenteraad zijn bevoegdheden af te pakken” (23).
Lees verder onder de afbeelding
Bestel het Windmolendrama bij : Clintel I Bol.com I Bruna I of dowload de pdf
3. Novex Regio’s
Uit ‘De Grote Verbouwing van Nederland’:
Bestuurlijke chaos
Wie gaan de grote verbouwing uitvoeren? De regering heeft hiervoor de provincies aangewezen, maar ook zogeheten ‘Novex’-gebieden – regio’s waar dermate grote transitie-uitdagingen zijn dat deze niet zonder regie van het rijk opgelost kunnen worden. “Het betreft hier gebiedsontwikkelingen waar nationale opgaven in het fysieke domein dusdanig stapelen dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van verschillende nationale opgaven noodzakelijk is om te kunnen komen tot de gewenste herbestemming en/of ingrijpende herinrichting met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit”, aldus de Contourennotitie. Er zijn zestien Novex-gebieden aangewezen, die veelal provinciale en bestuurlijke grenzen doorkruizen. In deze gebieden is een “Rijk-regio governance opgezet” waarin een “duo van een Rijk- en regiovertegenwoordiger” de regie voert. Hoe worden de taken tussen de provincie en de Novex-regio verdeeld? In oktober 2022 ontvingen alle provincies “startpakketten” met een ruimtelijke “puzzelopdracht” over hoe de 22 nationale programma’s, doelen en uitdagingen in de Novex-gebieden in de praktijk vorm te geven. Van Marum: “Willen we alle opgaven van het rijk realiseren, dan hebben we tweeënhalf keer de oppervlakte van Groningen nodig, merkten wij. Dat gaat niet lukken. We hebben nu aangegeven wat we wel en niet gaan oppakken.” De provincie bepaalt of het beleid vanuit de provincie of de regio wordt uitgevoerd. De criteria hiervoor zijn onduidelijk. Wanneer voor een programma een rijkscoördinatieregeling bestaat, is er voor de provincie sowieso weinig speelruimte, stelt Van Marum.
De rol van de Novex-regio’s is ondoorzichtig. Volgens de Contourennotitie is “Nederland opgebouwd uit een rijkgeschakeerde verzameling regio’s”. Wat er niet bij staat, is dat regio’s in de Nederlandse bestuursstructuur niet bestaan. Deze is opgemaakt uit rijk, provincie en gemeente. In deze lagen is dan ook de democratische verantwoording geregeld. Er zijn wel volksvertegenwoordigers actief in de regio’s, maar het overleg dat zij daar voeren is niet voor het publiek toegankelijk. Daardoor bedreigt de besluitvorming de lokale democratie.
Het rapport Geef richting, maak ruimte, van De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur uit november 2021, waarschuwt dat vanwege de regionale samenwerkingsverbanden een democratisch tekort ontstaat. “Door de groei in het aantal regionale samenwerkingsverbanden worden afwegingen over beleid steeds meer op een andere plek gemaakt dan binnen de gemeenteraad of Provinciale Staten, en dus zonder gedegen democratische legitimatie.” Volgens dit rapport is het “regionaal bestuursniveau” niet goed georganiseerd en is er een wildgroei aan dit soort samenwerkingsverbanden, waarvan Nederland er 1284 telde in 2020. Een gemiddelde gemeente neemt deel aan wel 30 van dergelijke overlegtafels. In de praktijk blijken de samenwerkingsverbanden te leiden tot “onwerkbare situaties en moeizame besluitvorming”, stelt het rapport.
Bij de grote verbouwing komt hier nog bij dat gemeenten nauwelijks betrokken zijn bij de besluitvorming. Tijdens de ‘puzzelfase’ is het aan de provincie om de gemeenten te betrekken. In de Contourennotitie komen gemeenten in het geheel niet voor. In verschillende reacties op het kabinetsbeleid heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) haar zorgen geuit. In een brief van 24 augustus stelt VNG: “De stapeling van opgaven en structurerende keuzes werkt ontmoedigend wanneer zicht op samenhang en prioritering ontbreekt.”
Terwijl de regio voor de burger een ver-van-mijn-bed show is, biedt deze een platform voor bedrijven en ‘maatschappelijke instellingen’ (ngo’s) om hun invloed te doen gelden. Zij worden onder meer betrokken bij de ‘Regionale investeringsagenda’s’ (RIA’s). Bij provinciale bijeenkomsten zijn veel maatschappelijke organisaties nadrukkelijk aanwezig, stelt Van Marum. “Ze komen met stiften op een kaartje inkleuren wat er met andermans land gaat gebeuren. Boeren worden vaak pas uitgenodigd als de plannen er al liggen. Die krijgen vervolgens de keuze – waar wil je heen, ga je stoppen of omvormen? Boeren zouden veel vroeger in het proces betrokken moeten worden. Er zitten vaak schreeuwerige splintergroepen bij, die meestal niet het gros van de achterban vertegenwoordigen. We zouden ons vaker mogen afvragen wie hier nu eigenlijk achter zit. Hebben deze groepen wel belang bij dit onderwerp? Er is momenteel een hele groep door de Postcodeloterij gefinancierde natuurorganisaties actief om garnalenvissers uit de Waddenzee te krijgen. Het afschaffen van die economische activiteit, is dat in het belang van burgers?”
Lees verder onder de afbeelding
4. Metropoolregio’s
Regionalisme: Tristate City (p.63)
“We kunnen niet in één snelle sprong tot een wereldregering komen... de voorwaarde voor uiteindelijke globalisering – echte globalisering – is geleidelijke regionalisering, omdat we daarmee richting grotere, stabielere, meer samenwerkende eenheden bewegen.”
~ Zbigniew Brzezinski, 1995 (voormalig adviseur voor nationale veiligheid, lid van de Raad voor Buitenlandse Betrekkingen (VS) en de Trilaterale Commissie)
In de zomer van 2022, in de periode van de demonstraties van de Nederlandse boeren, kwam het project “Tristate City” in het nieuws. Veel mensen vermoedden dat dit plan, het creëren van een maximaal 45 miljoen mensen tellende megastad of “superstad”, die industriële centra in Duitsland, België en Nederland met elkaar verbindt, een van de redenen was waarom de regering erop stond dat boeren in Nederland moeten worden uitgekocht (163; 164; 165).
Tristate City is geen officieel regeringsplan. De bedenker van het plan, Peter Savelberg, lichtte in een interview met Politico toe dat het “een stedenmarketingconcept is en helemaal niets te maken heeft met landbouwgrond of de bouw van huizen op grote schaal” (157). Volgens Politico “is het plan vergelijkbaar met een aantal regionale allianties in heel Europa, zoals die van de Hanzesteden (een netwerk van ongeveer 200 Europese steden) of de Donau Culturele Cluster (een in Wenen gevestigd “samenwerkingsplatform” om de Donau te verbeteren als een “cultureel kwaliteitsmerk”), die grotere infrastructurele verbindingen en samenwerking tussen mensen en overheden bevorderen.” Om het initiatief te bevorderen, heeft Savelberg een aantal invloedrijke spelers samengebracht, waaronder investeerders, projectontwikkelaars, pensioenfondsen en de Nederlandse werkgeversorganisatie VNO-NCW (163).
Is Tristate echt gewoon een onschuldig “marketingconcept”? Feit is dat de Tristate City-plannen precies passen bij wat Wood omschrijft als regionalisme of regionalisering: het creëren van nieuwe bestuurslagen zonder grondwetswijzigingen door te voeren. In een interview met De Andere Krant uit 2022 bracht Wood dit proces in verband met “devolutie”:
“Deconcentratie (devolution) is het wegnemen van politieke rechten van een soevereine entiteit en deze overdragen aan een instituut dat niets te maken heeft met de oorspronkelijke entiteit. Het is verwant aan regionalisatie. In dit geval ontwikkelen ze een regionale bestuurslaag die soevereiniteit weghaalt bij natiestaten en vervolgens het beleid voor de hele regio bepaalt. Dit gebeurt niet alleen in Europa en de VS; het is een wereldwijd probleem.” (100)
Luister het hele interview met technocratie-expert Patrick Wood hier:
Coalities van bedrijven, publiek-private partnerschappen en ngo’s creëren regionale structuren om nationale regeringen en verkiezingsprocessen te omzeilen. In Technocracy: The Hard Road to World Order (p. 67), beschrijft Wood het concept “Smart Region” als volgt:
“Voor globalistische Smart City planners worden meerdere aan elkaar grenzende steden gezien als een stadsregio. Deze metroregio’s worden vaak naar die regio genoemd: Phoenix metro, de Bay Area, Los Angeles area, enzovoort. Deze regio’s vormen een groot probleem voor technocratische planners, omdat elke stad zijn eigen mate van soevereiniteit en een onafhankelijk stadsbestuur heeft. […] Wat kan een planner daaraan doen? Het antwoord is ‘Smart Regio’s’ te creëren, als een hogere bestuurslaag, en eenvoudigweg de soevereiniteit van alle steden over te nemen.” (155)
Zoals Wood verder in Hard Road (p. 43) uitlegt: “Steden werden in het verleden bestuurd door gekozen volksvertegenwoordigers, die ontvankelijk waren voor de behoeften en wensen van burgers. Steden van de toekomst zullen in toenemende mate bestuurd worden door bedrijven, investeerders en sociale ingenieurs die andere doelen voor ogen hebben.”
Download het hele rapport hier:
Nederlandse boeren en vissers: Ondermijning van eigendomsrecht en de voedselvoorziening
Onderzoek in opdracht van het Solari Report, van Catherine Austin Fitts. Originele titel: ‘Dutch Farmers and Fishermen: Local Heroes in the Global War on Our Food and Property rights'. Download het rapport hier:
Voor actuele verslaggeving over de Grote Verbouwing van Nederland, volg Koers 2030






